Ellen Rijsdorp
Ellen Rijsdorp (1962) woont en werkt in Delft, een stad met een rijke keramische traditie. In het monumentale Kruithuis, een voormalig kruitmagazijn uit 1660 heeft zij haar woon- en werkplaats. Ze ontwikkelt en produceert keramische objecten. Daarnaast is zij verbonden als docent keramische technieken aande Unit Sport en Cultuur van de TUDelft. In 1991 voltooide ze de vijfjarige avondopleiding Keramiek te Gouda. Ze volgde diverse workshops bij gerenommeerde keramisten om zich specifieke technieken eigen te maken.

Ruim twaalf jaar heb ik les gegeven bij het keramiekatelier Kerade en bij Creatief Centrum Klei en Kleur in Maassluis. In 2002 ben ik overgestapt naar de Technische Universiteit Delft. Het contact met, en het lesgeven aan studenten is inspirerend. Het zijn vooral studenten bouwkunde en industrieel ontwerpen met interesse in vormgeving. Omdat het jonge mensen zijn die gewend zijn te leren doordat ze in een voortdurend studieproces zitten, kunnen ze gemakkelijk de opdrachten verwerken. Ze zijn bovendien bereid om de grenzen van de opdracht te onderzoeken. De resultaten zijn hierdoor vaak verrassend en geven inspiratie om dit weer toe te passen op eigen werk. Vlak na het afronden van de keramiekopleiding ben ik in eerste instantie op zoek gegaan naar mijn eigen vormentaal. Daar werd op de opleiding geen aandacht aan besteed. Het was vooral belangrijk dat je goed en in een vlot tempo productie kon draaien. Dat heeft me geleerd dat ik gemakkelijk en snel klei kan bewerken. Het is voor mij gemakkelijker een plaatje klei te draaien op de schijf dan met de hand uit te rollen.
Verwondering, met name in de natuur, is voor mij een aanzet tot kijken, voelen en beleven. Ik houd in mijn dagelijks leven van natuurlijke materialen. Vormen waar wind, water, vuur of andere aardse elementen mee hebben gespeeld. Een stuk boomschors, steen, verweerd ijzer. De tekeningen die daar in zitten vind ik prachtig. Ze zijn mijn inspiratiebron en regelmatig voeg ik ook natuurlijke materialen, als leisteen, hout of leer, toe aan mijn keramische objecten. Ook presenteer ik, bij voorkeur, mijn objecten op deze materialen. Direct na de opleiding ben ik workshops gaan volgen in diverse rakustook technieken zodat ik dit in mijn eigen werk kon toe gaan passen. Jarenlang heb ik mij verdiept in raku, naked raku en reducerend rakustoken. Het leverde een uitgebalanceerde collectie op. Ik had een duidelijke lijn van werken en men herkende mijn werk ook. Ik voelde me vertrouwd met mijn vormentaal. In mijn objecten zag je vaak een tegenstelling tussen strakke gepolijste vlakken afgewisseld met het grillige lijnenspel van het (naked) raku stoken.
Het reducerend stoken was
een moeilijk te sturen proces maar leverde een ruim palet van
kleuren op. Na 12 jaar intensief rakustoken kreeg ik kreeg serieuze
gezondheidsklachten van het rakustoken. Dit dwong mij om na te
denken over andere stooktechnieken. Na twee jaar aarzelen besloot ik
dat er rigoureus een andere richting in de keramiek gekozen moest
worden. De reden van stoppen was weliswaar niet prettig maar het
bood wel heel veel nieuwe mogelijkheden. Ik was weer helemaal vrij
om opnieuw te beginnen.
Ik heb altijd grote interesse gehad in glazuurtechnieken en na een jaar van uitgebreid experimenteren en onderzoek ben ik weer terug bij het steengoed stoken. In eerste instantie is mijn vormentaal is gelijk gebleven. Door het ondersteboven draaien van de objecten ontstaan er grote platte vlakken die bewerkt kunnen worden. Deze vlakken worden beschilderd met verschillende tinten bodystains. Vervolgens worden er ritme’s in de klei geslagen door het gereedschap tegen de draairichting van de pottenbakkersschijf in te duwen. Deze patronen worden ingewassen met schraal glazuur en gestookt op 1200 graden. Deze ritmes in de klei vind ik interessant omdat ze enerzijds het idee geven dat het een heel strak patroon is maar ik vind het juist belangrijk om dit te doorbreken door glazuur in verschillende laagjes aan te brengen. Soms is de huid van de klei er doorheen te zien, soms zie je een laagje bodystains en op andere plekken is het glazuur goed zichtbaar.

Het spreekt voor mij dan ook vanzelf dat het kiezen van de kleisoorten heel belangrijk is. Op dit moment werk ik vooral met roodbakkende klei en franse gres maar er zijn nog vele ontdekkingen te doen op dit gebied. Met bepaalde eigenschappen van de klei die voor het rakustoken belangrijk waren (bijv. schokbestendigheid) hoef ik nu geen rekening meer mee te houden. Dus kan ik nu onderzoek doen naar andere aspecten van de klei (vervormen, kleur,etc.). Door dit proces is mijn vormentaal zich ook aan het ontwikkelen. Het ondersteboven draaien is gebleven maar de platte vlakken worden nu afgedraaid zodat ze enigszins een bolling krijgen. Het ritme in de klei komt dan nog mooier uit doordat het met de bolling meeloopt.
Met veel enthousiasme ben ik weer begonnen aan een nieuwe richting in mijn werk. De negatieve keus die ik moest maken heeft zich omgezet in een positieve zoektocht naar nieuwe mogelijkheden om klei een deel van mijn leven te laten zijn. Ik verkoop mijn werk op keramiekmarkten en kunstbeurzen in binnen- en buitenland. Ook presenteer ik mijn objecten regelmatig op exposities en is er een aantal galerieën in Nederland die werk in stock hebben.